Yolande Verhoeven omhelst haar vader, Giel van Dyck. © Jimmy Kets
Nederland haalt slot van dementieafdelingen: “Vrijheid is voor iedereen, geen flauwekul!”
Deuren die pas opengaan als je de code kent, tot voor kort was het ook de regel op dementieafdelingen in Nederlandse woonzorgcentra. Maar het roer gaat drastisch om daar: voortaan laten ze zelfs de voordeur open voor bewoners met dementie. “De risico’s accepteren we.”
18 september 2026 om 23:59
Mevrouw Jansen woont op afdeling drie, maar ‘s middags gaat ze op de koffie bij de buren, op afdeling 1. Niets ongewoons, zou je denken, ware het niet dat mevrouw Jansen dementie heeft, en vroeger niet weg kon van haar afdeling. Ze zat er achter een gesloten deur. “Onze medewerkers vinden het heel leuk wanneer er ineens bewoners van andere afdelingen bij hen opduiken”, zegt Katinka van Boxtel, voorzitter van de Nederlandse zorggroep Archipel. Die beheert in Eindhoven en omgeving elf verpleeghuizen, een thuiszorgorganisatie, een gezondheidscentrum en een ontmoetingscentrum. Van die elf huizen zijn er zeven die woonzorg aanbieden voor mensen met dementie. Drie van de zeven zitten in het proces om de deuren helemaal te openen. Eind dit jaar moeten ze allemaal zover zijn, zegt Van Boxtel.
“Als proef hebben we eerst de binnendeuren geopend. Dat levert tot nog toe alleen maar lachende gezichten op, bij bewoners én bij zorgmedewerkers. Er is altijd wel iemand bereid om mevrouw Jansen tegen het avondeten terug naar haar eigen afdeling te begeleiden. Je kunt je ook afvragen waarom ze niet zou mogen mee-eten op de andere afdeling – daar moeten we nog naartoe.”
Katinka van Boxtel, voorzitter van de Nederlandse zorggroep Archipel. © Jimmy Kets
Ondanks haar drukke agenda als voorzitter van het Archipel-bestuur maakte Van Boxtel een ochtendlijk uur vrij, omdat we op stap zijn met Teun Toebes, de 27-jarige verpleegkundige en zorgvernieuwer die er zijn levensmissie van heeft gemaakt om het leven van mensen met dementie wereldwijd te verbeteren. Toebes is een bekende Nederlander, en deed zijn allereerste stage bij deze zorggroep. Hij was pas 17. “Het was altijd zo vreselijk om de afdeling te verlaten en te weten dat je daar bewoners achterliet die ook naar buiten wilden, maar de code niet mochten kennen”, zegt Toebes. Hij vindt het hoopgevend dat een grote zorggroep als Archipel de ommezwaai maakt. “Dat betekent dat het echt mainstream wordt.”
“Zorg was vroeger vrij agressief”, geeft Van Boxtel toe. “We stopten mensen met dementie weg achter gesloten deuren, gaven ze medicatie, zetten ze in een rolstoel of bonden ze vast in bed. Ik stel het nu radicaal. Sinds vijf jaar hebben we in dit land een Wet zorg en dwang (Wzd), die met dat alles komaf wil maken. De Nederlandse inspectie steunt die koerswijziging, en port ons sterk aan. Dwang mag niet meer – tenzij echt nodig. Die ‘tenzij’ vormt nu de uitzondering, die goed gemotiveerd moet worden. Het sluit volledig aan bij onze visie, die kwaliteit van leven vooropstelt.”
Archipel pakt de koerswijziging gefaseerd aan en organiseerde een hele reeks infosessies, voor medewerkers, buurtbewoners en families. De reacties zijn wisselend, zegt de voorzitter. “Voor een aantal familieleden is dit een moeilijke stap. De maatschappelijke blik is toch nog steeds dat ze hun ouders of partner ‘in veiligheid’ brengen bij ons. Een ander deel begrijpt waarom we dit doen, maar vindt het wel spannend.”
Teun Toebes, verpleegkundige en internationaal zorgvernieuwer. © Jimmy Kets
“Uiteraard brengt dit beleid risico’s mee, maar die accepteren wij. Vergeet niet: nu zijn er ook al bewoners die buitenglippen. Ze kijken de code af, of gaan mee met mensen die niet hun verwanten zijn. Een aantal bewoners wil gewoon een ommetje maken, zoals ze vroeger thuis deden. Indien nodig kunnen we hen van een tracker voorzien. En oké, het zal misschien wat meer tijd vragen om mensen terug te halen die te ver het dorp in lopen. Maar dat is dan ons probleem. Het is tenslotte nooit de bedoeling geweest om van verpleeghuizen gevangenissen te maken.”
Samen leven
Fleuriade is een van de huizen van de Archipel-groep die aan het begin van dat proces staan. Toebes wijst op de bakjes die bij de deuren hangen, waarin je een code moet tikken om ze open te krijgen. In augustus gingen de binnendeuren open, tegen eind dit jaar moet ook de buitendeur codevrij zijn.
Het is nog maar midden juli wanneer wij de gesloten afdeling bezoeken: acht bewoners zitten binnen zonder noemenswaardige bezigheden – een man kijkt op een grote tv naar een gymprogramma, zonder zelf mee te doen. Het is een rustig tafereel, misschien té rustig? Zes medewerkers houden samen koffiepauze op het terras. Op onze vraag wat ze van de aanstaande koerswijziging vinden, klinkt een collectieve zucht: “Er is hier een drukke weg vlakbij, dat kan gevaarlijk worden.” Iemand anders zegt: “We hebben een bewoonster gehad die met haar familie op stap ging, en midden op die weg bleef staan. We hebben alles uit de kast moeten halen om haar daar weg te krijgen.”
Een bewoner van verpleeghuis Fleuriade kijkt naar een gymprogramma. © Jimmy Kets
Straks moeten alle deuren in Fleuriade codevrij zijn. © Jimmy Kets
Het is duidelijk dat ze er tegenop zien: ze vrezen dat open deuren meer werk zullen meebrengen en de rust zullen verstoren. Toebes zegt dat bewoners met dementie vaak gewoon een toertje rond het gebouw maken, dat het vooral gaat om meer bewegingsvrijheid en autonomie, en dat zo’n aanpak bewoners sterker en gelukkiger maakt. “Het is niet per se veiliger om hen binnen te houden”, onderstreept Toebes. “Wie alleen maar moet stilzitten, verliest aan spierkracht en zal daardoor sneller vallen. Bewoners die buiten willen maar dat niet kunnen, worden onrustig: dat vraagt ook extra werk. Er kan altijd wat gebeuren. Je mag het leven van individuen niet beperken op basis van doelgroepdenken. Dat druist in tegen de fundamentele mensenrechten.”
Wanneer we weer buiten zijn, moet het hem van het hart: in klassieke verpleeghuizen ziet hij geregeld zorgteams die apart pauze houden, of apart eten. “Waarom dat niet samen doen met de bewoners? In het ‘samen-leven’ zitten zoveel meer mogelijkheden om bewoners die autonomie te geven.”
Geen flauwekul
Onze volgende stop is Grootenhout, een zorginstelling nabij Eindhoven die dat vanaf het begin heeft begrepen. Grootenhout bestaat uit een groep zorgboerderijen, waar een honderdtal bewoners met dementie genormaliseerd leeft. Dat wil zeggen: in kleine groepen, volgens het normale ritme van het dagelijks leven. Er zijn omheiningen met kleine tuinhekjes rond elke woning en aan die hekjes hangt een bordje: “Poort dichthouden vanwege loslopende hond.” Er staat níét op: “Poort dichthouden vanwege mensen met dementie.” Bewoner Giel van Dyck staat bij zo’n half geopend poortje, omdat hij zijn dochter Yolande Verhoeven wil uitzwaaien. Zij wilde net wegrijden met haar fiets, maar stopt om met ons te praten. “Ze maken een foto, we komen in de krant, pap!”
Grootenhout, een plek waar “alles kan en alles mag”. Foto: Jimmy Kets © Jimmy Kets
Teun Toebes: “Hier zijn zeker een aantal mensen bij met een valrisico, toch is dit tien keer beter dan een sessie bij de kinesist.” © Jimmy Kets
Grootenhout is een “prachtige plek”, zegt Verhoeven. “Alles kan en alles mag. We zijn zo dankbaar dat hij hier kan wonen.” Haar vader zegt: “Ik doe hier alles wat ik wil.” Is hij er graag? “Ja, maar toch liever thuis.” Zijn dochter reageert verrast: “Je zegt net vaak dat je het hier heel leuk vindt, toch?” Toebes vraagt hem waar ‘thuis’ is. Dat weet Van Dyck niet meer. Hoe oud hij is? Hij aarzelt even: “Ik denk 82.” “Welnee, pap, je wordt er straks 90!”
Een beetje verderop is een zestal mannen bladeren bij elkaar aan het harken. Alle zes hebben ze dementie, sommigen hebben een wat onvaste tred. De geharkte bladeren moeten worden opgeschept in een kruiwagen en iedereen werkt goed mee. “Hier zijn zeker een aantal mensen bij met een valrisico, toch is dit tien keer beter dan een sessie bij de kinesist”, zegt Toebes.
Fred Loeffen, 92, woont nog thuis, maar wordt elke dag met een busje van de gemeente naar Grootenhout gebracht, om er in de tuinen te werken, samen met andere thuiswonenden én met bewoners – het is een gemengde groep. “Ik kom hier op advies van anderen, maar niet gedwongen. Ik voel me zeker niet opgesloten. Ik heb vandaag onkruid gewied, dat was dringend nodig. Je wordt soms wel bijgestuurd in wat je doet, maar het is nooit autoritair. Ik ben hier graag.”
Fred Loeffen woont nog thuis, maar komt elke dag met een busje naar Grootenhout. © Jimmy Kets
Ook coach Toin van Heeswyck komt graag naar zijn werk. Hij heeft geen zorgdiploma. Twintig jaar lang had hij een supermarkt, later een alpacaboerderij. “Dit is een erg leuke groep om mee om te gaan. Ze vertellen verhalen over wat ze in hun leven gedaan hebben, en je kunt nog grapjes met ze maken. Je moet wel altijd alert blijven om te zien of iedereen mee is. Maar we streven geen perfectie na, het hoeft er niet uit te zien zoals in een tuincentrum.”
“Het is juist omdat het niet perfect is, dat het zo perfect is. Wij leven hier mee met de seizoenen”, zegt co-coach Irma van Elzen. Ook zij heeft geen zorgdiploma. Net zomin als Luc, die graficus is en coach in een andere dagbesteding, en Yolanda, die planner was in de fabriek. Directrice Francien van de Ven zegt dat ze de laatste tijd veel sollicitaties binnenkrijgt van tekstschrijvers. “Die verliezen hun werk door AI. Ik kan ze wel gebruiken, want we openen op een andere locatie nog een bijkomend huis voor zestien bewoners.”
Het is een goede manier om het tekort aan zorgpersoneel op te vangen, vindt Van de Ven. “Verpleeg- en zorgkundigen moet je alleen inzetten op plekken waar ze echt nodig zijn.” Het helpt ook dat Grootenhout het wonen scheidt van de dagbesteding: iedere bewoner gaat elke dag ergens naartoe, en heeft dus ‘s avonds een ‘thuiskomervaring’.
We zien nog ongewone dingen tijdens dit bezoek: een bewoner die met een groot keukenmes groenten snijdt – in een klassieke zorgsetting zou dit niet kunnen wegens ‘te gevaarlijk’, zegt Toebes. Eten gebeurt in een familiale sfeer: coaches en vrijwilligers schuiven mee aan grote tafels aan en niemand draagt een uniform. Ik zit naast bewoner Rinus van Dyck, die weinig spraakzaam is maar wel zegt waar het op staat: “Iedereen heeft recht op vrijheid, niemand mag beperkt worden – geen flauwekul!”
Er wordt weleens gezegd dat Grootenhout enkel geschikt is voor mensen met dementie ‘die nog goed zijn’. Het omgekeerde is waar, zegt Van de Ven: “Dat je hier geen rolstoelen ziet, komt doordat bewoners langer actief blijven. We hebben nog bijna nooit iemand meegemaakt die langer dan een week bedlegerig was. Het is juist door onze aanpak dat mensen met dementie hier tot het einde van hun leven goed blijven.”
Terwijl we terug naar onze auto lopen, komen we bewoonster Annie Passier tegen. Met haar rollator stapt ze zingend over de weg die dwars door het domein snijdt, waar ook auto’s voorbijkomen. Aan beide kanten van de weg staan bomen, hun bladerdek werpt een grote schaduw over het wegdek. Toebes vraagt me of ik denk dat Annie ook zo zou lopen zingen in een lange gang waar bladeren op de muren of op het plafond zijn geschilderd? “Want dat zie je nog weleens in klassieke verpleeghuizen. Net als deuren die vermomd zijn als bibliotheekkasten. Allemaal nep. Wat zou jij denken als er plots iemand door de bibliotheek stapt? Daar word je toch helemaal gek van?”
Annie Passier stapt zingend over de weg die dwars door Grootenhout loopt en waar ook auto’s voorbijkomen. © Jimmy Kets
En in Vlaanderen?
We besluiten de rondreis met een bezoek aan zo’n klassiek verpleeghuis, in Heeswijk, waar ze al een opendeurenbeleid hebben ingevoerd. Het is een groot gebouw met een parkje ervoor. In de schaduw bij de ingang van Laverhof zitten heel wat oudere mensen, van wie sommigen in een rolstoel, te genieten van de passage, of te wachten op bezoek. De helft van de bewoners, zo’n honderdtal, heeft dementie. Op de buitendeur hangt een informatieblad: “Hier werken wij met leefcirkels”. Dat betekent dat sommige mensen die dementie hebben, niet alleen naar buiten mogen. De meesten mogen het wel.
“In het begin dachten we dat we slechts enkele bewoners naar buiten konden laten gaan, maar nu is het omgekeerd. 95 procent kan vrij in en uit”, zegt Fred van der Heyden, directeur Zorg bij Laverhof. “Slechts een minderheid draagt een armbandje waardoor de buitendeur niet open kan. Op dit moment is er zelfs niemand die niet van de eigen afdeling mag.”
In klassieke verpleeghuizen zie je soms deuren die vermomd zijn als bibliotheekkasten. Teun Toebes: “Wat zou jij denken als er plots iemand door de bibliotheek stapt? Daar word je toch helemaal gek van?” © Jimmy Kets
Soms is het moeilijk om de knoop door te hakken, zegt bestuurder Esther Cromheecke. “We hebben een dame die altijd naar buiten wil, maar van wie we weten dat ze niet verkeersveilig is: ze zou de weg oversteken zonder te kijken. Wat als ze daarbij een ongeval veroorzaakt? We worstelen hier echt mee, omdat ze voortdurend probeert weg te glippen, en dan vast komt te zitten in het sas tussen de twee glazen deuren die blokkeren door het armbandje dat ze draagt.”
De straat is bij momenten vrij druk, omdat er een school vlakbij is, zegt Van der Heyden. “Bij die school staan borden die waarschuwen: ‘Pas op, overstekende kinderen!’ Waarom zou er hier geen bord geplaatst kunnen worden: ‘Pas op, ouderen met een rollator!’ Hoever kunnen we gaan, en waar stopt de vrijheid van deze bewoonster? Welke risico’s zijn we bereid te accepteren?”
De kwestie werd vorig jaar op scherp gesteld, toen een bewoonster ‘s avonds niet terugkwam naar Laverhof. De vrouw ging graag en vaak stappen in de natuur, en kreeg daarom doorgaans een tracker mee, zodat ze opgespoord kon worden. Die had ze die dag niet bij zich. Het was oktober en al vroeg donker. Een avondlijke zoektocht, waaraan bijna de hele buurt participeerde, bleef zonder resultaat. De volgende ochtend vond een politiehelikopter haar lichaam in een maisveld. De forensische arts bleef in het ongewisse over haar overlijden: was er eerst een medische oorzaak, of kwam het door de kou na een valpartij?
Esther Cromheecke en Fred van der Heyden. © Jimmy Kets
Laverhof communiceerde van meet af aan in alle transparantie over de tragische gebeurtenis – terwijl de berichtgeving als een storm over hen heen raasde. Lezersreacties kozen grotendeels hun kant: “Wat goed dat deze mevrouw niet van haar vrijheid werd beroofd.”
De familie had het er moeilijker mee, geeft de directie toe. “Uiteraard was het gesprek met hen emotioneel. Aan de ene kant willen ze voor hun geliefde een beschermende omgeving, aan de andere kant beseffen ze dat de vrijheid risico’s met zich mee brengt, maar zeker ook levensvreugde. Dat is een moeilijke afweging. Uiteindelijk telt vooral wat past bij de bewoners.”
De inspectie heeft het fatale incident geëvalueerd en geoordeeld dat het zorgteam adequaat heeft gehandeld. Het betrokken team heeft traumabegeleiding gekregen. Cromheecke, die nog maar een paar maanden bij de zorginstelling is aangesteld, beklemtoont dat het om een tragische uitzondering gaat. “Veel vaker worden bewoners die de weg kwijt zijn, teruggebracht door buurtbewoners. Er zijn veel bewoners die steeds hetzelfde toertje doen. Het zou onheus zijn om iedereen weer te begrenzen op basis van één incident. Dit is nu landelijk beleid en wij gaan op elke zeepkist staan om het uit te leggen: wij luisteren naar de stem van de bewoners.”
Laverhof, een klassiek verpleeghuis in Schijndel. © Jimmy Kets
Teun Toebes: “Ik vind het hoopgevend dat nu al 500 zorginstellingen in Nederland tonen dat opsluiten niet nodig is. Ook klassieke huizen zoals Laverhof.” © Jimmy Kets
Het verhaal zet aan tot nadenken: wat is het alternatief? Bewoners die naar buiten willen medicatie geven, zodat ze rustig worden en in hun stoel blijven suffen of de hele dag tv kijken? Hebben we in Grootenhout niet net gezien hoezeer mensen met dementie genieten van hun vrijheid, binnen een omgeving die een zekere structuur biedt?
Toebes is overtuigd van dat laatste. “Ik vind het hoopgevend dat nu al 500 zorginstellingen in Nederland tonen dat opsluiten niet nodig is. Ook klassieke huizen zoals Laverhof. Zij lopen hierin voorop en het is knap en belangrijk dat bestuurders en directies het voortouw durven te nemen, met steun van de Nederlandse overheid.”
Toebes blijft ook hopen dat hij met dit pleidooi meer gehoor vindt in Vlaanderen. “Het is de rol van de overheid om met wetgeving een minimale basis van vrijheid te garanderen, ook voor mensen met dementie.”
“De kernvraag in dit verhaal: welke samenleving we willen zijn? Hoe kijken we naar wie anders is? Zien we hen als mensen met gelijke rechten, of niet? Ja, er kan overal iets gebeuren. Er is altijd wel een drukke weg in de buurt, of een kanaal. Is er nog voldoende alertheid om te helpen in noodgevallen? Beschouwen we mensen met dementie als individuen, of willen we hen vooral beschermen en zetten we hen bijgevolg liever collectief apart? Waar wachten jullie nog op?”